Monday, June 9

Een leeg gevoel


Uit het dagboek van je-weet-wel-kater Icarus Joosen.





Ik had het kunnen weten, lief dagboek, ik had het kunnen weten. Het begon een paar weken geleden al. Ik had gewoon beter moeten opletten, maar ja, wat verwacht je van me? Ik ben ook maar een simpele zwarte kater. Met x-benen. Die een beetje scheel is. En die een vreemd leeg gevoel tussen zijn achterpoten heeft... (Hmm, ben er nog steeds niet achter wat daar nu aan de hand is...)

Zoals ik al mauwde: het gebeurde een paar weken terug al. De details waren klein maar achteraf heel duidelijk. Wat deed die zak kittenvoer daar ineens? En waarom stond die rare witte bak met die vieze stoffige korrels ineens weer bij de achterdeur. Ik had toen al lont moeten ruiken, maar ja, ik ben nu eenmaal zo'n relaxte kater dat zo'n beetje alles wat niet cool genoeg is voor mij, me aan de snorharen voorbij gaat.

Ik voelde (oh, wat dom) zelfs geen nattigheid toen de rode, enge gevangenismand tevoorschijn kwam. 'Misschien een schoonmaakbeurt', dacht ik nog. Maar nee hoor. Ik bleef gewoon mijn eigen stoere zelf. Ik heb me gewoon laten meeslepen! Ineens was mijn achterdeur gesloten! Geloof me, ik heb er vanalles aan gedaan om weg te komen... maar het mocht gewoon niet baten... Het deurtje was dicht en blééf dicht.

Vraag me niet wat er gebeurd is toen ik ben meegenomen naar dat raar geurende oord, want ik kan me er werkelijk niets van herinneren. Het ene moment liet die grote dikke man me alleen, en het volgende moment werd ik wakker in een klein hokje, met de geur van wel duizenden andere beesten erin, en tuurden de dikke en die ene met die witte jas naar me.

'Het ging goed hoor', zei die met de witte jas nog, en van de rest kan ik me niet zoveel meer herinneren. Ik ben naar huis gegaan en heb een gat in de dag geslapen. Dat is zo'n beetje alles wat ik nog weet. Ik werd wakker met de rare lege gevoel en heb sindsdien een vreemde genegenheid gekregen naar die dikke. Ik snap er niets van. Zijn schoot en zijn bed waren ineens wel heel antrekkelijk geworden. Wat was er met me aan de hand!

Het gevoel werd door de weken heen steeds gewoner, en ik had me er zelfs al een beetje aan overgegeven. Ik bedoel, wat moet je anders? Ik word uiteindelijk ook een dagje ouder (toch?). Mag ik dan niet gewoon lekker op de vensterbank zitten en naar buiten kijken en daarna door vermoeidheid 8 uur slapen? Als ik eerlijk ben: het gevoel werd zelfs een lekker gevoel! Ik kan me niet meer voorstellen dat ik vroeger hele nachten buiten wilde zijn! Wat voor relschopper was ik in hemelsnaam? Nee, achteraf gezien voel ik me nu eigenlijk best fijn verdoofd.

Tot twee dagen geleden. Die dikke was al heel vroeg het huis uit, dus ik kon eens fijn tot 11 uur uitslapen. Toen ik wakker werd, ging ik lekker naar buiten om eens wat rond te struinen. Ik vond een heel fijn beschaduwd plekje onder een struik en heb heerlijk 4 uur liggen soezen. Was heel uitputtend, dus ik besloot maar eens lekker te gaan liggen slapen op de bureaustoel van die dikke.

Ik merkte gelijk dat er iets mis was toen ik binnenkwam. Wat deden die gekleurde speeltjes daar op de vloer? Moest ik daar echt mee gaan spelen?! Pfff, daar had ik echt geen fut voor, hoor. Toen ik me omdraaide om eerst eens wat te gaan eten in de keuken, zag ik iets wat mijn kussentjes deed verstijven: WAT WAS DAT!

In het mandje onder dat groene tafeltje zat iets wat ik alleen maar kan omschrijven als een wit-grijs-oranje pluizenbol. Heel angstaanjagend. De pluizenbol keek me aan en nam een uitermate autoritaire houding aan. Het kleine gruwelijke mormel waagde het zelfs een hoog ruggetje te maken en een heel klein opgeblazen staartje te produceren! Wat een horror! Ik ben vanzelfsprekend meteen gevlucht en heb buiten met verontwaardiging in mijn ogen gadegeslagen wat me nog het meest verbaasde: die dikke was helemaal niet bang voor de pluizenbol! Sterker nog! Hij speelde met die kleine demoon! Ik kan er nog steeds niet bij met mijn gedachten...

Voor de veiligheid heb ik me die nacht maar verstopt tussen de struiken. Wie weet zou de 'evil one' de volgende dag weg zijn!

Maar nee, hoor... Ik werd met dezelfde gruwelijkheid geconfronteerd de volgende dag. De dikke gaf mij en die bezoeker uit de hel een snoepje. Ik heb zo snel mogelijk het ding naar binnen gewerkt (ik voel een onverzadigbare honger de laatste tijd) en ben gauw weer naar buiten gegaan.

Wat moet ik doen, dagboek! Ik snap er gewoon niets meer van! Was de dikke niet blij met die verse muis de laatste keer? Zelfs toen hij hem had gevangen om 4 uur 's nachts en hem weer buiten had gezet, heb ik extra mijn best gedaan om hem weer te pakken te krijgen en hem in stukken verscheurd in de kamer voor hem terug te leggen!

Misschien was hij niet blij dat ik expres naast de bak heb gepoept toen hij me had opgesloten? Echt, ik snap er niets van en ik ben sprakeloos! Verdien ik nu echt zo'n straf!?

Pfff, ik weet het ook niet meer. Ik slaap vanacht maar weer buiten.

groetjes en een kopje,

je Iekje

Friday, June 6

Lotje op komst # 03

Aargh! Dit is echt om gek van te worden! Ik ging dus vandaag naar Almere om Lotje op te halen. EINDELIJK! Maar wat bleek nu? Vandaag was alleen nog maar om te kijken! Whaaa! Dat had ik niet helemaal zo begrepen... Grrrrrrr!

Nou ja, het maakt eigenlijk niet uit... want ik mag haar alsnog morgen ophalen! Yay! Whoopee!

Om jullie alvast te laten smelten, laat ik hierbij een fotootje zien dat de mevrouw op haar computer had, had uitgeprint, wat ik weer heb ingescand en opgepoetst...

Ik presenteer: Lotje!

De Grote Boodschap # 15

Aaaah, wat lekker! Eindelijk weer eens voer voor een nieuwe Grote Boodschap! Niet echt smakelijk voer, overigens, maar goed...

Ik ben net best wel geschrokken toen ik een kleine boodschap deed in de Super in Kortenhoef en ik verliet de winkel met een dilemma.

Het volgende gebeurde: ik had mijn boodschapjes bij elkaar gezocht (welgeteld twee producten) en stond te wachten bij de kassa achter een oude man met petje en gestreepte polo. De man had een doosje op de band staan met daarin twee blikjes bier, en in zijn hand had hij nog een extra blikje, dat hij overhandigde aan de caissière. "Eentje?" vroeg het meisje, en de man antwoordde krakerig dat er nog twee blikjes in de doos zaten.

Terwijl deze kleine uitwisseling plaatsvond, passeerde ons aan de linkerzijde een man die nogal bedreigende en wantrouwende blikken wierp op de oude man. Ik mocht hem meteen al niet eigenlijk, en toen ik zag dat hij een naamplaatje op zijn overhemd had, en dus blijkbaar een medewerker was van de Super, stoorde zijn roofdier-achtige gedrag me nog mer. Wat stond-ie nou te loeren! Met zijn rattenkop en stomme overhemd dat moeite had te kiezen tussen de kleuren roze en oranje. Rozanje, zeg maar. Terwijl de oude man aan het afrekenen wilde beginnen, stapte de Rattenkop op hem af. Met de handen op zij heupen bracht hij zijn hoofd dicht bij een behaard oor van de oude man. "Zullen we de bekertjes erbij doen?" fluisterde hij semi-vertrouwelijk en ik zag de oude man schrikken.

En toen, tot mijn verbazing, haalde de oude man een stapeltje verpakte plastic bekertjes vanachter zijn rug vandaan en gaf ze beschaamd aan de caissière. Het meisje deed wijselijk of er niets aan de hand was en haalde de bekertjes over de scanner, terwijl de Rattenkop streng toekeek. "Goed zooo..." mompelde hij megalomaniakaal en wreef in zijn handen als een slechterik in een clichématige superheldenfilm. "Dank u wel..." zei de oude man zachtjes en treurig en keek naar zijn handen, terwijl de Rattenkop met grote stappen wegliep.

Ik keek dit alles geschokt aan: was ik hier getuige geweest van een bijna geslaagd geval van bejaarden-winkeldiefstal? Toen de oude man vertrokken was, probeerde ik mijn verbazing tijdens het afrekenen over te brengen en/of te delen met het meisje achter de kassa. Die was het hele geval alweer vergeten, leek het wel, en omdat ik niemand had om samen geïntrigeerd mee te zijn, liep ik met een opgewonden en naar gevoel de winkel uit. Wat me nog het meest verbaasde was dat ik gewoon even niet wist wie er in het voorgaande voorval nu eigenlijk de boosdoener was! Technisch gezien was het natuurlijk de oude man die een stapeltje bekertjes van 70 cent probeerde te ontvreemden uit de winkel, maar gevoelsmatig had ik de schurkenrol al helemaal toebedeeld aan de Rozanje Rattenkop, met zijn maniertjes en zijn bespieden en zijn evil klinkende "Goed zooo...".

Was het niet een beetje kleinzielig om de oude man, die waarschijnlijk niets te besteden had zo kleinerend aan te pakken? Zat de Rozanje Rattenkop nu in het magazijn grote verhalen op te hangen over hoe hij de zoveelste geriatrische bekerroof had weten te voorkomen, terwijl de 14- en 15-jarige medewerkertjes met open monden aan zijn lippen hingen?

Van de andere kant: wie weet hoeveel bekertjes de oude man al heeft weggesnaaid uit de Super...? Misschien heeft hij wel zijn hele badkamer bekleed met de goedkope plastic bekertjes, als een soort gigantische omgekeerde eierdoos-look! Van alle keren dat hij zijn gruwelijke misdaad heeft gepleegd, was dit wellicht pas de eerste keer dat hij werd betrapt, en zal HIJ vanavond tegen zijn bejaarde vrienden en vriendinnen als een berimpelde Robin Hood vertellen over zijn ontmoeting met zijn grootste rivaal: Rozanje Rattenkop.

Eigenlijk blijkt het al uit mijn beschrijvingen, hè? Ik trek partij voor Rimpel Hood, wegens misschien wel alle verkeerde redenen... Ik zie uit naar het vervolg waarin Rozanje Rattenkop en Rimpel Hood elkaar bestrijden tijdens een hevige onweersbui op de daken van Kortenhoef, een gevecht met als wapens een dodelijke boodschappenscanner en een zwaard gemaakt van plastic bekertjes...

Beestjes

Vandaag kwam ik in aanraking met een vrij groot aantal beestjes-gerelateerde zaken. Genoeg om er een blogje aan te besteden...

1. De Irritante Wesp en de Achterlijke Icarus

Als ik mijn ontbijt eet en naar het nieuws kijk, neem ik ineens vanuit mijn ooghoek een verdachte beweging waar bij het raamkozijn. Ik hoor ook een snotterend gezoem en al snel ontdek ik een dikke vette wesp, die dronken rondzoemt en keer op keer naar buiten tracht te vliegen dwars door het raam heen, zoals wespen nu eenmaal geneigd zijn te doen.

Ik ben nou niet echt doodsbang voor insecten (behalve heel grote groene sprinkhanen die ineens op mijn arm zitten als ik met mijn raam open rijd), maar op de één of andere manier vind ik het wel griezelig om zo'n beest in een potje te vangen. Dat akelige geluid dat ze dan maken en het vibreren van het potje geeft me altijd de kriebels; ik weet niet waarom... En om het beest nu zonder eerlijke rechtzaak zonder slag of stoot dood te slaan vind ik ook weer niet nodig. Meestal laat ik ze daarom maar gewoon zitten en sullig doen en uiteindelijk vinden ze toch wel weer een weg naar buiten.

Dit exemplaar werkte me echter op de zenuwen. Hij BLEEF maar op één en dezelfde plek ronddarren en leek maar niet door te krijgen dat de ruit niet op magische wijze zou verdwijnen. Ik besloot dus een alternatieve oplossing toe te passen: Icarus. Katten zijn gek op kleine rondvliegende beestjes, toch? Juist! En op deze manier is het tenminste een natuurlijk oplossing, redeneer ik heel logisch. Ik pak dus Icarus, die op mijn bureaustoel ligt te slapen (doet-ie nogal veel de laatste tijd. Goh, hoe zou dat toch komen?) en ik zet hem gedecideerd op de vensterbank, op ongeveer 15 centimeter van de wesp. Vervolgens ga ik weer op de bank zitten, om de slachtpartij te aanschouwen.

Het volgende gebeurde: Iek keek naar buiten, gaapte eens slaapdronken en keek toen naar mij. Hij kneep zijn ogen even toe uit genegenheid en ik gaf hem een aanmoedigende knik: toe maar! Kill! Kill!! KILL!! Iekje keek weer naar buiten en reageerde met volledige desinteresse toen de wesp op 3 millimeter afstand voor zijn neus langs dwarrelde. Hij stond op, rekte zich uit, sprong van de vensterbank en kuierde op zijn dooie akkertje naar zijn etensbak.

Ik zag gelijk mijn ochtendvoorstelling van 'Kat bijt Wesp' aan me voorbij gaan, greep hem bij zijn lurven en plaatste hem weer terug op zijn vensterbankplek. Even leek hij verbaasd: was ik hier net ook al niet? en dan lijkt mijn plannetje ineens te slagen. Lijkt. Iekje krijgt de wesp in de gaten, reageert even een beetje geschokt en verliest dan gelijk weer zijn interesse. Loom kijkt hij weer naar buiten, de wesp volledig negerend. Als het insect weer voor hem langszweeft, zie ik weer dezelfde actie: even verbazing, vervolgens desinteresse. Grappig genoeg lijkt Iekje het korte-termijngeheugen van de wesp overgenomen te hebben en gaat zijn gedachtengang op het moment zo:

-geeuw, ik wil slapen-

-goh, ik houd van vlees-

-hee, een tuin-

-geeuw-

- HEE, EEN WESP! MISSCHIEN... MOET...ik...

-geeuw, ik wil slapen-

-goh, ik houd van vlees-

-hee, een tuin-

-geeuw-

- HEE, EEN WESP! MISSCHIEN MOET...ik...

-geeuw, ik wil slapen-

...etc...

Uiteindelijk laat ik Iekje en de wesp maar voor wat ze zijn en ga ik verder met mijn dag en wat denk je? De wesp verdween uiteindelijk vanzelf. En Iekje ging slapen. Op mijn bureaustoel.

02. Vogelseks

Als ik later bezig ben achter mijn computer, hoor ik luid gekwetter uit mijn tuin komen. Wat nu weer denk ik en ik loop naar mijn raam. Na wat rondkijken zie ik de bron van de herrie: een tweetal vinkjes die uitermate manisch achter elkaar aanzitten. Omdat de beestjes zo ontzettend klein en schattig zijn, lijkt het min of meer of ze aan het spelen zijn, maar mijn dirty mind weet wel beter: dit is vogelseks. Manische vogelseks. Kan dat dan nooit op een normale manier denk ik zeurderig als ik weer wil teruglopen naar mijn bureaustoel (waar Iekje stiekem snel op is gaan liggen), maar ineens zie ik iets vreemds: wat ik in eerste instantie aanzag voor een duo, blijkt een trio te zijn. Luid schaterend en druk flapperend zitten ze elkaar achterna door mijn tuin. Het is eigenlijk onduidelijk wie achter wie aanzit en volgens mij weten ze het zelf ook niet helemaal. Vogelhormoontjes, wat schattig. Ik llop uiteindelijk terug naar mijn bureau, en terwijl ik Iek van mijn stoel haal, bedenk ik me dat het wel grappig zou zijn als mensen op dezelfde manier hun paringsdrang souden uitoefenen. Achter elkaar aanrennend door de straten, onderwijl luid schreuwend: ik wil seks! Ik wil SEKS! SEKS, SEKS! SEEEE-EEE-EEEKS!!! Kom hier, we moeten NU paren!

03. Met je snikkel tegen een kattenoorlel

Als ik 's avonds moet werken, komt me in de keuken, waar ik de meeste tijd doorbreng, een grappig verhaal ter ore: kok K. had een aantal dagen geleden zijn vinger gebrand en had ter verzachting met zijn hand zijn oorlel vastgegrepen, tot verbazing en amusement van collega's. Blijkbaar is de oorlel 's mens koudste lichaamsplek, hoorde ik vervolgens, en is het dus erg slim om een lichaamsdeel dat zeer doet er tegenaan te houden. Dat leidde tot de volgende redenering van mijn kant: volgens deze volkswijsheid had ik dus in theorie Icarus' pijnlijke leeggeroofde geslachtsdeel tegen mijn oorlel kunnen houden en had ik hem daarmee wellicht wat verlichting kunnen brengen! Collega N. vatte deze theorie samen met de volgende zin: Met je snikkel tegen een kattenoorlel. En hoewel hij het had omgedraaid (want uiteraard had het andersom moeten zijn: met een kattensnikkel tegen je oorlel), had deze beschrijving zo'n minimalistische, existentieel klinkende klank, dat hij spontaan in mijn hoofd bleef hangen en uiteindelijk hier op mijn blog belandde.

04. Ceasar Salad Plus

Op dezelfde avond: ik sta te wachten tot een tafel compleet is: d.w.z. tot alle gerechten klaarstaan en ik het kan afleveren bij de mensen voor wie het bedoeld is, en ik kijk eens wat collega J. aan de koude kant (waar de voorgerechten worden gemaakt) al heeft klaarstaan. Er staat nog niet veel. Om precies te zijn maar één ding: een Ceasar Salad. Er ligt nog geen bon op het bord, dus de tafel is niet compleet en ik hoef het dus nog niet te gaan wegbrengen, maar er ligt WEL iets anders op het bord. Iets donkers... Ik doe eens nieuwsgierig een stapje dichterbij om een blik te werpen op het donkere gebeuren op het bord en als ik zie wat het is, slaak ik de volgende mannelijke kreet: IIEEUW!!! Collega J. schrikt van mijn uitroep en volgt met haar blik mijn wijzende vinger. Als ze ziet wat ik zag doet ze ook een stapje achteruit!

Een mot! Een viezige bruine mot! Iek! Ieuw! Jakkes! Het beestje ligt met de pootjes omhoog op de rand van het bord en collega J. en ik kijken met onverhulde walging toe. Hoe?! Wat?! Wanneer?! Ik roep snel collega N. erbij, die op dat moment de mannelijkste van ons drie was, en ook hij maakt een vies geluid. Gelukkig neemt zijn mannelijke kant de overhand en hij wil de mot grijpen. Bij het naderen van zijn hand springt het beestje ineens overeind, ons wederom verbazend met zijn blijkbare schijndood en kruipt in paniek diep de salade in, tussen de Romano-sla en de kaas door. We slaken gedrieën opnieuw een geschokte kreet en besluiten uiteindelijk dat de salade inmiddels toch ECHT wel oneetbaar is geworden. Sla, kaas, mot en overige ingrediënten verdwijnen prompt in de vuilnisbak. De volgende drie kwartier heb ik elk bord zeer nauwkeurig van alle kanten bekenen...

En daarmee besluit ik deze beestjesblog. Nu maar hopen dat ik zometeen in mijn bed niet de verdwenen wesp terugvind!

Wednesday, June 4

Lotje op komst # 02

Whoopie! Heb net de mevrouw in Almere aan de lijn gehad en komende vrijdag is het zover! Om 19:00 u krijgt Icarus zijn nieuwe huisgenoot. Hmm, ik zal hem maar even mentaal gaan voorbereiden...

Lotje op komst

Yay! Ik werd net gebeld door het dierenasiel in Almere, waar ik op een wachtlijst stond. Blijkbaar zit er ergens in Almere bij iemand thuis een kitten klaar voor bezichtiging en verhuizing naar mijn huis! Yay! YAY! Heeft wel even geduurd zeg...

Nou, ik denk dat ik voor vrijdag maar eens ga afspreken.

In de tussentijd schenk ik jullie twee verschillende rijtjes: 1 met leuke links naar coole catsites en 1 met allemaal coole lapjesachtige kattenplaatjes (Lotje is blijkbaar een lapje...)

De links:

#1: The Fat Cat Blog

#2: Stuff On My Cat

#3: I Can Has Cheeseburger?

#4: Cats That Look Like Hitler

De plaatjes:




Kimi / Fizzgig

Vandaag schiet me ineens te binnen aan wie buurhondje Kimi me doet denken: Fizzgig. Fizzgig is een wezentje uit de film The Dark Crystal, een fantastische fantasy-poppenfilm van de hand van Jim -the Muppets- Henson. Eigenlijk lijkt hij nog het meest op een hondje, alleen dan zonder lijf. Het is hoofdzakelijk (haha, woordgrapje) een hoofd met pootjes en een HEEL grote mond. Kimi heeft echt precies dezelfde kleur, dezelfde olijke oogjes en dezelfde ondeugende blik.


Overigens mag ik hopen dat hij niet zo driftig is als Fizzgig...